Van boomgaard tot borrel: risicomanagement in een modern agrarisch familiebedrijf

Artikel door Nelleke Sterrenberg - 06/07/2026

In de Nederlandse agrarische sector voltrekt zich een duidelijke transitie: traditionele familiebedrijven ontwikkelen zich steeds vaker tot multifunctionele ondernemingen met productie-, verwerkings- en recreatieve activiteiten. Agrarische bedrijven zoeken naar manieren om hun positie te versterken, minder afhankelijk te zijn van de grillen van de natuur, de markt en de politiek en meer waarde toe te voegen aan hun product.

Een treffend voorbeeld van deze ontwikkeling is Van Leon fruitteeltbedrijf en distilleerderij. Wat begon als een klassiek fruitteeltbedrijf, is uitgegroeid tot een hybride onderneming waarin fruitteelt, bewaar- en koelcapaciteit, distillatie en publieksactiviteiten samenkomen.

Van familiebedrijf naar ondernemende verbreding

Het bedrijf is inmiddels toe aan de derde generatie en vindt zijn oorsprong in het telen van appels en peren. Sinds 1989 teelt de familie fruit op het huidige perceel van ongeveer 9 hectare. Zoals bij veel familiebedrijven is er in de loop der jaren steeds iets toegevoegd of aangepast. De tweede generatie begon een koelhuis waar zowel zijzelf als collega-fruittelers hun fruit konden opslaan. Deze opslag werd al snel de economische motor van het bedrijf.

De meest opvallende stap kwam in 2016, toen werd besloten om een deel van het fruit zelf te verwerken tot likeuren en distillaten. Een mooi neveneffect is dat de weg van boom naar distilleerketel kort is en daarmee duurzaam.

De basis van het bedrijf ligt in de fruitteelt, waarbij generaties lang kennis is opgebouwd over teelt, oogst en kwaliteit. Zoals bij veel familiebedrijven ontstond ook hier de behoefte om toekomstbestendig te blijven en minder afhankelijk te zijn van de grillen van het klimaat en de ontwikkelingen op de markt.

De keuze om zelf te gaan verwerken – in dit geval door het produceren van likeuren en distillaten – is een typisch voorbeeld van ondernemende verbreding. Deze ontwikkeling vraagt niet alleen om ondernemerschap en vakmanschap, maar heeft ook grote gevolgen voor het risicoprofiel en de verzekerbaarheid van het bedrijf.

Van fruit naar fles

De stap naar distillatie ontstond vanuit een praktische gedachte. Niet al het fruit dat van de bomen komt, is geschikt voor de versmarkt. Kleine afwijkingen in vorm of kleur maken het product commercieel minder aantrekkelijk, terwijl de smaak uitstekend is. In plaats van deze reststromen af te waarderen, werd gezocht naar een manier om ze juist te benutten. Zo ontstond het idee om zelf likeuren en distillaten te produceren.

Wat op papier een logische stap lijkt, is in de praktijk een ambacht dat om kennis, geduld en precisie vraagt. Binnen het bedrijf is daarom bewust geïnvesteerd in de ontwikkeling van kennis en kunde. Dit vormde een belangrijke basis voor het opdoen van inzicht en ervaring in smaakopbouw, fermentatie en productkwaliteit, vooral door te leren in de praktijk. Door stages en werkperioden bij distilleerderijen in het buitenland werd de nodige ervaring opgedaan die niet uit boeken te halen is. Het werken met grondstoffen, het afstellen van processen en het ontwikkelen van gevoel van smaak zijn vaardigheden die je alleen leert door het te gaan doen. De combinatie van theorie en praktijk heeft het fundament gelegd onder de huidige kwaliteit van de producten.

Een veranderd risicoprofiel

Met de komst van de distilleerderij veranderde het bedrijf ingrijpend. Niet alleen in wat er geproduceerd wordt, maar vooral in de aard van de risico’s. Waar fruitteelt in hoge mate afhankelijk is van de natuur, brengt het werken met alcohol en installaties een heel ander soort onzekerheid met zich mee. Brand- en explosierisico’s spelen ineens een rol, net als technische storingen of stilstand van productie. De waarde concentreert zich bovendien meer binnen gebouwen en installaties, wat de impact van schade vergroot.

Ook de stap naar een eindproduct voor consumenten brengt nieuwe verantwoordelijkheden met zich mee. Waar een appel of een peer zelden tot aansprakelijkheidskwesties leidt, kan een fout in een likeur of distillaat dat wel doen. Denk aan problemen met kwaliteit, etikettering of voedselveiligheid. Daarmee verschuift het risico van het land naar de markt.

Tegelijkertijd opende het bedrijf zijn deuren voor bezoekers. Rondleidingen, proeverijen en directe verkoop maken het mogelijk om het verhaal achter het product te delen, maar brengen ook verantwoordelijkheden met zich mee. Een erf wordt daarmee niet alleen een werkplek, maar ook een plek waar veiligheid van derden gewaarborgd moet zijn.

De stille rol van verzekeringen

Op de achtergrond van het ondernemerschap speelt zich een minder zichtbaar, maar steeds bepalender proces af: het organiseren van zekerheid. Waar verzekeringen in een traditioneel fruitteeltbedrijf vaak worden gezien als een noodzakelijk vangnet, verschuift hun rol in een onderneming als deze naar een veel fundamentelere vraag. De uitbreiding van fruitteelt naar distillatie en publieksactiviteiten betekent immers dat verschillende risicowerelden samenkomen.

‘Verzekeren gaat niet langer alleen over het beschermen van wat er is, maar ook over het mogelijk maken van wat er nog komt’

Wanneer risico’s samenkomen

Juist in die combinatie schuilt de complexiteit. Het gaat niet langer om afzonderlijke risico’s die ieder op zichzelf verzekerd kunnen worden, maar om de samenhang daartussen. Een hagelbui die de oogst aantast, raakt niet alleen de opbrengst van het land, maar kan ook doorwerken in de beschikbaarheid van grondstoffen voor de distilleerderij. Een storing in een installatie betekent niet alleen herstelkosten, maar mogelijk ook gemiste verkoopmomenten, verlies van product en reputatieschade. En een incident met een bezoeker raakt niet alleen de aansprakelijkheid, maar ook de beleving waar het bedrijf juist op inzet.

In dat licht verandert ook de manier waarop naar verzekeringen wordt gekeken. Het gaat minder om de vraag óf iets verzekerd is, maar meer om de vraag hoe verschillende dekkingen op elkaar aansluiten. Sluiten de bedrijfsschadeverzekering en de agrarische dekking goed op elkaar aan? Is productaansprakelijkheid afgestemd op de werkelijke afzetmarkt? En hoe wordt omgegaan met situaties die niet direct binnen een standaardpolis passen?

Juist bij dit type bedrijven ontstaan met grote regelmaat grijze gebieden. Activiteiten vallen niet meer duidelijk onder één noemer. Is een proeverij een agrarische activiteit, een horeca-activiteit of een evenement? Valt een distilleer­installatie onder agrarische inventaris of onder industriële productie? Dit soort vragen lijken theoretisch, maar kunnen in de praktijk bepalend zijn voor de dekking bij schade.

Preventie als voorwaarde

Daar komt bij dat verzekeraars steeds nadrukkelijker kijken naar preventie en risicobeheersing. Zeker bij activiteiten zoals distillatie, waar brand- en explosie­risico’s een rol spelen, worden eisen gesteld aan inrichting, ventilatie, opslag en procedures. Voor een ondernemer betekent dit dat verzekerbaarheid niet vanzelfsprekend is, maar actief onderhouden moet worden. Daardoor ontstaat er een wisselwerking. Investeringen in veiligheid en kwaliteit leiden niet alleen tot minder risico, maar ook tot betere verzekerbaarheid en voorwaarden. Tegelijkertijd kunnen eisen van verzekeraars juist aanleiding zijn om processen verder te professionaliseren.

De veranderende rol van de adviseur

In de praktijk verschuift de rol van verzekeringen daarmee van een passieve voorziening naar een actief onderdeel van de bedrijfsvoering. Het dwingt de ondernemer om na te denken over scenario’s: wat gebeurt er als een installatie uitvalt in het hoogseizoen? Wat is de impact van een productfout? En hoe snel kan het bedrijf herstellen na een incident?

Voor de verzekeringsadviseur betekent dit dat zijn rol verandert. Waar voorheen de nadruk lag op het afsluiten en beheren van polissen, ontstaat nu behoefte aan een bredere blik. Het begrijpen van het bedrijfsmodel wordt minstens zo belangrijk als kennis van producten.

Dat vraagt om het stellen van andere vragen. Niet alleen: wat wil je verzekeren? Maar vooral: hoe werkt het bedrijf, waar zitten de afhankelijkheden en welke risico’s zijn acceptabel? In die zin wordt de adviseur steeds meer een gesprekspartner voor de ondernemer. Iemand die helpt om risico’s zichtbaar te maken, te duiden en – waar nodig – te vertalen naar passende oplossingen.

Het voorbeeld van het bedrijf in Stevensbeek laat zien dat verzekeringen pas echt waarde krijgen wanneer ze meebewegen met de ontwikkeling van het bedrijf. Niet als sluitstuk, maar als integraal onderdeel van het geheel. En uiteindelijk is dat misschien wel de belangrijkste verschuiving: verzekeren gaat niet langer alleen over beschermen wat er is, maar ook over het mogelijk maken van wat er nog komt.

Balans tussen traditie en toekomst

Wat het bedrijf Van Leon zo bijzonder maakt, is niet alleen de combinatie van activiteiten, maar vooral de manier waarop keuzes worden gemaakt. Ondernemerschap in een familiebedrijf betekent voortdurend balanceren tussen wat altijd gewerkt heeft en wat nodig is om toekomstbestendig te blijven.

De boomgaard vormt nog altijd de basis. Daar ligt de kennis, de ervaring en ook de emotionele waarde van generaties. Tegelijkertijd is duidelijk dat die basis alleen niet meer voldoende is. Markten veranderen, marges staan onder druk en externe factoren zoals klimaat en regelgeving maken de uitkomst van een teeltseizoen steeds minder voorspelbaar.

Verbreden vraagt om keuzes

Juist in dat spanningsveld ontstaat ondernemerschap. De keuze van Van Leon om te gaan distilleren, is daar een goed voorbeeld van. Het is geen breuk met het verleden, maar eerder een verlengstuk ervan: het fruit blijft centraal staan, maar krijgt een andere bestemming waarmee een hogere toegevoegde waarde wordt gecreëerd.

Zo’n stap vraagt meer dan alleen een goed idee. Het betekent investeren – niet alleen in installaties en gebouwen – maar vooral in kennis, tijd en het vermogen en de wil om met onzekerheid om te gaan. De opbrengst van een boomgaard laat zich tot op zekere hoogte plannen; het ontwikkelen van een nieuw product en het vinden van een markt daarvoor is duidelijk minder voorspelbaar.

Daar komt bij dat nieuwe activiteiten vaak niet meteen passen binnen bestaande structuren. Niet binnen de bedrijfsvoering, maar ook binnen financiering of verzekerbaarheid. Waar een fruitteelt­bedrijf voor veel partijen een herkenbaar profiel heeft, geldt dat veel minder voor een onderneming die tegelijk producent, verwerker en een publiekslocatie is.

Voor de ondernemer betekent dit dat zij niet alleen hun bedrijf ontwikkelen, maar ook voortdurend moeten uitleggen wat zij doen en waar de risico’s liggen. Dat vraagt om een actieve houding richting financiers, toezichthouders en verzekeraars.

Tegelijkertijd biedt deze manier van ondernemen ook kansen. Door meerdere activiteiten te combineren, ontstaat een spreiding van inkomsten en risico’s. Een slecht oogstjaar kan deels worden opgevangen door inkomsten uit de koelcellen, de verwerking van het fruit en het concreet maken van de beleving door proeverijen. Andersom kan een tegenvallende verkoop ook worden gecompenseerd door een goede opbrengst uit de teelt.

Het vraagt om overzicht, kennis en inzicht. Daarmee is overigens niet gezegd dat er automatisch een grotere zekerheid ontstaat. De ondernemer moet begrijpen hoe de verschillende onderdelen van het bedrijf elkaar financieel, operationeel en risicotechnisch beïnvloeden.

Ondernemen is vooruitkijken

Wat daarbij opvalt, is dat ondernemerschap steeds minder draait om alleen produceren en steeds meer om het maken van strategische keuzes. Waar investeer je in? Welke activiteiten passen bij het bedrijf? En misschien nog veel belangrijker: welke risico’s ben je bereid te dragen?

In dat opzicht raakt ondernemerschap direct aan risicomanagement. Niet als sluitstuk in de vorm van een verzekering, maar vooral als integraal onderdeel van de bedrijfsvoering. Elke keuze heeft immers gevolgen voor het risicoprofiel van de onderneming. Voor de verzekeringsadviseur ligt hier een belangrijke rol. Niet alleen in het afdekken van risico’s achteraf, maar juist in het meedenken vooraf. Door inzicht te geven in de consequenties van bepaalde keuzes, kan de adviseur de ondernemer helpen om bewuster en beter onderbouwd te groeien.

Het verhaal van Van Leon in Stevensbeek laat zien dat traditie en vernieuwing geen tegenpolen hoeven te zijn. Integendeel: door juist verder te bouwen op al bestaande kennis en die te combineren met nieuwe activiteiten ontstaat een gezonder en veelzijdiger bedrijf. Maar het laat ook zien dat die ontwikkeling meer vraagt dan alleen vakmanschap. Het vraagt om visie, veel durf en het vermogen om risico’s niet alleen te zien, maar ook te begrijpen en te sturen. Het gaat dus niet alleen om het maken van een goed product, maar ook om de vraag hoe je het bedrijf zo inricht dat het bestand is tegen de risico’s van vandaag én morgen.

Uiteindelijk is dat misschien wel de kern van modern ondernemerschap in de agrarische sector: niet kiezen tussen traditie of toekomst, maar leren hoe je beide met elkaar verbindt.


Deel dit artikel
Auteur: Nelleke Sterrenberg