Emotioneel belang en beëindiging ORV

Dossier door Mr. N.E. (Nine) Vader & - 05/10/2023

Partijen in dit geschil betreffen ex-echtgenoten. De echtscheiding is uitgesproken op 28 januari 2022 en op 19 mei 2022 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. In het echtscheidingsconvenant zijn ex-partners overeengekomen dat de gezamenlijke woning wordt toegewezen aan de vrouw op voorwaarde dat haar ex-man uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypothecaire schuld wordt ontslagen. Verder zijn partijen overeengekomen dat de man alimentatie aan de vrouw verschuldigd is totdat zij de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, met een maximum van twaalf jaar vanaf de datum van de scheiding. Door een chronische ziekte van de vrouw ontvangt zij een WAO-uitkering. Een aantal maanden na de scheiding wenst de vrouw een overlijdensrisicoverzekering (ORV) op het leven van haar ex-partner af te sluiten. Na het invullen van de vragenlijst betreffende zijn gezondheid, is het advies dat de man verzekerd kan worden. De ORV loopt van 2 augustus 2022 tot 1 augustus 2036, waarbij de vrouw de verzekeringnemer is en de man de verzekerde. Het verzekerde bedrag is 150.000 euro, welk bedrag wordt uitgekeerd als de verzekerde vóór 1 augustus 2036 overlijdt. Op 5 augustus 2022 verkrijgt de vrouw een offerte van Aegon voor een hypothecaire geldlening, die zij heeft ondertekend. Met deze hypothecaire geldlening heeft de vrouw de uitkoopsom aan de man voldaan en is de gezamenlijke hypothecaire schuld van partijen afgelost en aldus de man ontslagen van de voornoemde hoofdelijke aansprakelijkheid. Vervolgens is de woning op naam van de vrouw gezet.

De man vordert van de rechtbank de vrouw te verplichten haar medewerking te verlenen aan het beëindigen van de ORV zoals afgesloten op het leven van de man, en de vrouw te veroordelen in de kosten van dit geding.


Deel dit artikel
Auteurs: Mr. N.E. (Nine) Vader &