Nieuwe Richtlijn Productaansprakelijkheid: Extra verantwoordelijkheden in de digitale en fysieke productieketen

Artikel door Mr. Remko Roosjen - 29/01/2026

Op 9 december 2026 treedt de Herziene Richtlijn Productaansprakelijkheid (EU) 2024/2853 in werking. De bestaande regels over productaansprakelijkheid worden daarmee over één jaar ook in Nederland vervangen. Productaansprakelijkheid betreft een risicoaansprakelijkheid voor schade die een gebrekkig product veroorzaakt aan personen of eigendommen.

Hoe de nieuwe regels in de praktijk uitpakken, is nog koffiedik kijken, maar vaststaat dat de nieuwe richtlijn de risico’s voor productaansprakelijkheid fors uitbreidt. Ook lopen meer marktpartijen straks het risico onder het productaansprakelijkheidsregime aansprakelijk te worden gehouden. Voor het bedrijfsleven, verzekeraars en contractenmakers is het belangrijk om tijdig op deze ontwikkeling voor te sorteren.

Waarom noodzakelijk?

De oorspronkelijke Richtlijn Productaansprakelijkheid 85/374/EEG dateert uit de jaren tachtig. Een tijd zonder internet en zonder de slimme apparaten die we nu dagelijks gebruiken. De digitalisering heeft geleid tot complexe toeleveringsketens waarin AI, software, hardware en diensten naadloos zijn geïntegreerd. Consumenten kopen producten vandaag de dag rechtstreeks bij fabrikanten buiten de Europese Unie via online platforms. Kortom, zowel de producten als de traditionele keten zijn ingrijpend veranderd. Het systeem van de huidige richtlijn past niet langer in de moderne economie.

De nieuwe richtlijn houdt rekening met deze ontwikkeling. Zo wordt de bewijslast voor benadeelden in complexe zaken aangepast. Ook is er aandacht voor het feit dat globalisering en massaproductie de toeleveringsketens steeds ondoorzichtiger maken voor eindgebruikers, die nu soms nauwelijks kunnen achterhalen wie daadwerkelijk verantwoordelijk is voor een gebrekkig product.

Welke producten vallen onder de nieuwe richtlijn?

De herziene richtlijn breidt de definitie van ‘product’ fors uit. Naast fysieke roerende zaken en elektriciteit vallen nu ook digitale producten onder het toepassingsgebied. Software omvat computerprogramma’s, besturingssystemen, apps, firmware en AI-systemen. Ook digitale fabricagedossiers die de geautomatiseerde aansturing van 3D-printers mogelijk maken, kwalificeren als product.

Bijbehorende diensten die zó in een product zijn geïntegreerd, of ermee zijn verbonden, dat het product zonder deze diensten zijn functie niet kan vervullen, vallen eveneens onder de richtlijn. Denk hierbij aan de continue levering van verkeersdata in navigatiesystemen of de gezondheidsmonitoringsdienst in een smartwatch. Deze zogenoemde componenten kunnen zowel materieel of immaterieel zijn en vallen onder de verantwoordelijkheid van een fabrikant of onder zijn zeggenschap.

Gratis en opensourcesoftware die buiten het kader van een handelsactiviteit wordt ontwikkeld of geleverd, valt bewust buiten het toepassingsgebied. De Europese Commissie wil innovatie en onderzoek niet belemmeren door deze specifieke categorie software ook onder de risicoaansprakelijkheid te brengen.

Grondstoffen en onderdelen van eindproducten zijn wél expliciet opgenomen in de productdefinitie. Bovendien bepaalt de nieuwe richtlijn dat lidstaten een compensatieregeling mogen opzetten voor situaties waarin geen aansprakelijke partij kan worden aangewezen.

Wanneer is een product gebrekkig?

Een product is gebrekkig als het objectief gezien niet de veiligheid biedt die consumenten daarvan mogen verwachten. De nieuwe richtlijn voegt vergeleken met het huidige systeem extra gezichtspunten toe aan deze beoordeling. Zelflerende functies, specifieke verwachtingen van eindgebruikers en de onderlinge verbondenheid van producten zijn nu expliciet opgenomen als beoordelingsfactoren.

Gebreken op het vlak van cybersecurity of onverwacht gedrag van zelflerende AI-systemen kunnen rechtstreeks leiden tot aansprakelijkheid. Producenten kunnen de gebrekkigheid niet vermijden door waarschuwingen of informatie bij het product te voegen. Daarnaast moet onjuist, maar – gezien de omstandigheden – niet onredelijk gebruik van een product worden meegewogen bij de beoordeling. Fabrikanten moeten bijvoorbeeld rekening houden met gebruik bij gebrek aan concentratie of gebruik door kinderen.

Het gezichtspunt ‘de specifieke verwachtingen van de eindgebruikers’ introduceert echter geen subjectief element in de objectieve gebrekkigheidstoets. De Commissie doelt hiermee op bepaalde groepen consumenten die specifieke producten gebruiken, zoals medische hulpmiddelen die een bijzonder hoog risico op schade meebrengen.

‘De herziene richtlijn breidt de definitie van ‘product’ fors uit: ook software en digitale diensten vallen eronder’

Welke schadeposten kunnen worden vergoed?

De nieuwe richtlijn breidt het schade­begrip aanzienlijk uit. Onder lichamelijk letsel valt voortaan ook medisch erkende schade aan de geestelijke gezondheid. Materiële schade omvat nu expliciet verlies of corruptie van data, zoals gewiste bestanden van een harde schijf. Zo kunnen bijvoorbeeld de kosten voor het terugwinnen of herstellen van die gegevens worden gevorderd.

Consumenten kunnen compensatie ontvangen als schade wordt veroorzaakt door gebrekkige AI of software. Bijvoorbeeld wanneer een software-update van een navigatiesysteem in een auto gebrekkig blijkt en een bestuurder hierdoor een ongeval krijgt, kan de producent van het navigatiesysteem aansprakelijk worden gesteld.

Zuiver economische verliezen, inbreuken op de persoonlijke levenssfeer of discriminatie kunnen geen aanleiding geven tot aansprakelijkheid op basis van deze richtlijn. Deze beperkingen blijven bestaan om te voorkomen dat de risicoaansprakelijkheid te ver wordt opgerekt naar gebieden die beter passen bij schuldaansprakelijkheid. Voor dergelijke vorderingen blijven nationale schuldaansprakelijkheidsregelingen als ‘tweede pijler’ van toepassing.

De verlenging van de vervaltermijn van tien naar vijftien jaar voor gezondheidsschade die zich pas na verloop van tijd openbaart, biedt consumenten aanzienlijk meer bescherming. Bij producten zoals medische hulpmiddelen of farmaceutische producten kunnen symptomen pas jaren later zichtbaar worden. De verlengde termijn waarborgt dat benadeelden ook dan nog verhaal kunnen halen bij de producent. Daarnaast wordt de grens (franchisebepaling) van een mogelijke vordering van 500 euro afgeschaft, waardoor meer claims kunnen worden ingesteld.

Gebrekkige producten

Wie kan worden aangesproken voor schade door gebrekkige producten? De richtlijn breidt de kring van aansprakelijke partijen substantieel uit. Niet alleen fabrikanten van eindproducten, maar ook producenten van grondstoffen, onderdelen en componenten kunnen worden aangesproken. Iedereen die zich als producent presenteert door zijn naam, merk of ander onderscheidingsteken op het product aan te brengen, wordt als producent beschouwd. De presentatie van een naam of merk is voldoende, ook als de betreffende partij niet heeft deelgenomen aan het productieproces.

Importeurs die een product in de EU invoeren met het oog op verkoop of verhuur, en elke leverancier van het product als de identiteit van de producent of EU-importeur onbekend is, dragen risicoaansprakelijkheid. Deze secundaire aansprakelijkheid geldt voortaan ook voor online platforms, niet alleen voor detailhandelaren en distributeurs.

Fulfilmentdienstverleners kunnen eveneens worden aangesproken wanneer geen van de marktdeelnemers in de EU is gevestigd. Een fulfilmentdienstverlener is een natuurlijke persoon of rechtspersoon die in het kader van een handelsactiviteit ten minste twee van de volgende diensten aanbiedt: opslag, verpakking, adressering of verzending van een product. Deze dienstverlener hoeft het product niet daadwerkelijk te bezitten om aansprakelijk te zijn.

Fabrikanten die wijzigingen aanbrengen in producten die al in de handel zijn gebracht, worden aansprakelijk voor die aanpassingen. Dit geldt ook voor software-updates of wijzigingen als gevolg van machine learning. Partijen die refurbished producten op de markt brengen binnen de circulaire economie, worden als fabrikant aangemerkt wanneer zij ingrijpende wijzigingen doorvoeren buiten de zeggenschap van de oorspronkelijke fabrikant.

De ruime afbakening van het begrip marktdeelnemer vindt haar oorsprong in de praktische ervaring met markttoezicht. Fulfilmentdienstverleners zijn vanwege hun nieuwe rol niet gemakkelijk onder te brengen in traditionele toeleveringsketens. Ook online platforms moeten onder dezelfde voorwaarden als marktdeelnemers aansprakelijk zijn wanneer zij ten aanzien van een product met gebreken feitelijk de rol van fabrikant, importeur of distributeur vervullen.

Samenvattend zullen meer marktdeelnemers belang hebben bij een verzekering tegen productaansprakelijkheid.

Hoe wordt de bewijslast verlicht?

De nieuwe richtlijn introduceert een verplichting voor producenten om onder bepaalde omstandigheden relevant bewijsmateriaal openbaar te maken. Een partij die om het verstrekking van informatie verzoekt, moet voldoende feiten en bewijsmateriaal hebben overgelegd om haar schadevordering aannemelijk te maken. De openbaarmakingsverplichting is beperkt tot bewijsmateriaal dat noodzakelijk en evenredig is ter onderbouwing van deze vordering.

Bij de beoordeling van evenredigheid moet rekening worden gehouden met de gerechtvaardigde belangen van alle betrokken partijen, inclusief die van derden. Producenten kunnen onder omstandigheden gehouden zijn bedrijfsgeheimen of vertrouwelijke informatie te verstrekken. Als sanctie op niet-openbaring geldt het materiële vermoeden van gebrekkigheid van het product.

De nieuwe richtlijn bevat bewijsvermoedens die potentieel verstrekkende consequenties hebben. Een product wordt geacht gebrekkig te zijn als de producent niet voldoet aan de verplichting om relevant bewijsmateriaal openbaar te maken, als het product niet voldoet aan productveiligheidsregelgeving of als schade is veroorzaakt door kennelijk disfunctioneren van het product bij normaal gebruik en onder normale omstandigheden.

Causaal verband wordt aannemelijk geacht wanneer sprake is van een gebrekkig product en de soort veroorzaakte schade doorgaans strookt met het betrokken gebrek. In complexe kwesties waar het vanwege de technische of wetenschappelijke complexiteit voor de eisende partij buitensporig moeilijk is om de gebreken van het product en/of het oorzakelijk verband tussen de gebreken en de schade aan te tonen, wordt de bewijslast aanzienlijk verlicht.

Eisende partijen kunnen dan volstaan met aan te tonen dat het product heeft bijgedragen aan de schade en dat het waarschijnlijk is dat het product gebreken vertoonde en/of dat de gebreken ervan een waarschijnlijke oorzaak van de schade zijn. De producent mag het bewijsvermoeden met overtuigender tegenbewijs ontzenuwen.

Verwachtingen voor de praktijk

De implementatie van de nieuwe richtlijn zal leiden tot een nieuw speelveld van productaansprakelijkheid. In combinatie met regelgeving over massaclaims kunnen consumenten uit de hele EU gezamenlijk binnenlandse en grensoverschrijdende massaschade-rechtszaken aanspannen over rechten die voortvloeien uit Europese verordeningen en richtlijnen, dus ook op het gebied van productaansprakelijkheid.

Deze combinatie van verruimde aansprakelijkheid, het wegvallen van de 500 euro-grens en collectieve vorderingsmogelijkheden zal naar verwachting leiden tot een toename van productaansprakelijkheidszaken.

Contractuele uitsluitingen van aansprakelijkheid tegenover consumenten zijn niet toegestaan. Juist daarom is het goed voor alle (nieuwe) marktdeelnemers onder het productaansprakelijkheidsregime contracten met handelspartners te controleren op (de verdeling van) aansprakelijkheden en na te gaan in hoeverre een verzekering dekking biedt.


Deel dit artikel
Auteur: Mr. Remko Roosjen